Slimme data om duurzame dromen te realiseren

Publicatie datum
Paragrafen


De Haagse Hogeschool leert studenten Facilitair management hoe zij met behulp van data een gebouw slimmer en duurzamer kunnen exploiteren. Een deel van het eigen schoolgebouw doet dienst als Living Lab. De door het Unica Innovation Center aangebrachte sensoren, optische camera’s en CO2-meters leggen een schat aan data vast. “Als we willen weten hoe slim een smart building moet zijn, moeten we eerst uitzoeken wat we wel en niet zinvol kunnen meten.”

“Een smart building ontwikkelen is een grote ontdekkingstocht”, stelt Frans Joosstens, docent Facility Management aan de Haagse Hogeschool. “De voorspellingen zijn gigantisch, maar om een gebouw echt slim te maken, heb je zinvolle informatie nodig. Samen met het Unica Innovation Center hebben we een Living Lab gecreëerd in het gebouw van de Haagse Hogeschool. Je vindt er sensoren op afvalbakken, raamkozijnen en toiletdeuren tot optische camera’s, CO2-meters en bewegingssensoren. Dat levert een heleboel data op. In het Living Lab verkennen wij samen met studenten Facility Management en het Unica Innovation Center met welke informatie je een gebouw slimmer kunt exploiteren. Studenten kunnen zelf met de verkregen data aan de slag en naar eigen inzichten analyses maken.” 

Patronen ontdekken
Een smart building is een gebouw waarin slimme, innovatieve technieken zijn geïntegreerd die de werk- en leefomgeving verbeteren. De inrichting en alle daarin toegepaste slimme technieken samen zorgen ervoor dat de gebruikers optimaal kunnen functioneren en presteren. “Met de verkregen data uit het Living Lab, van luchtvochtigheid, lichtintensiteit, tot bezoekersstromen, leren we studenten omgaan met data in het facilitaire proces”, legt Frans Joosstens uit. “Welke data helpen je straks in je baan als facilitair manager om de juiste strategische beslissingen te nemen? Operationele data zijn voer voor de dagelijkse bedrijfsvoering, maar het is de taak van de facilitair manager om patronen te ontdekken die leiden tot verlies van energie of comfort voor de mensen die in een gebouw werken. Als de handdoekrol en zeepdispenser altijd gevuld is en mensen altijd hun handen kunnen wassen, hoeveel minder zieken levert dat uiteindelijk op?” 

Data openstellen
“Het Living Lab is ook een breekijzer om bestaande processen open te breken en slimmer in te richten”, zegt Frans Joosstens. “Als ik met het door het Unica Innovation Center ontwikkelde dashboard van het Living Lab naar partijen toe ga, zoals het bedrijf verantwoordelijk voor de schoonmaak of de beveiliging, dan laten we zien wat we allemaal kunnen met die verkregen data. Zijn de vaste momenten en tijdstippen waarop de afvalbakken worden geleegd nog wel nodig als je hele gerichte informatie hebt over wanneer welke afvalbak vol is?” “En alle verworven data zijn toegankelijk voor alle betrokkenen”, zegt Sander van der Harst van het Unica Innovation Center. “Dat is vanaf het begin ook het uitgangspunt geweest. In de huidige markt kun je een gesloten oplossing kopen die uitstekend werkt, maar zodra er een koppeling moet komen met een andere partij dan wordt het lastig. Om maar niet te spreken van het onderbrengen van de data van alle partijen in één dashboard. Dat krijgen partijen vaak niet voor elkaar.” “Het is denken vanuit een oud businessmodel”, reageert Frans Joosstens. “Data zijn waardevol, maar als je ze niet openstelt, belemmer je je eigen groei.”

Aantrekkelijker maken
Een goed voorbeeld van een samenwerking in het Living Lab is die met De Afvalbak. “Afval scheiden is overal”, zegt Remco Smits, founder van De Afvalbak. “De grote uitdaging is hoe we de gebruiker al bij de bron het afval kunnen laten scheiden zodat van het afval weer een nieuwe grondstof gemaakt kan worden. We willen ervoor zorgen dat 80 procent van al het afval weer een nieuw leven krijgt voor 2025. Met onze afvalbakken bieden we een duurzaam alternatief van Nederlands design en volledig circulair. De met sensoren uitgeruste afvalbakken in het Living Lab gaan ons veel kennis opleveren om afvalscheiding nog aantrekkelijker te maken.”

De met sensoren uitgeruste afvalballen in het Living Lab.
De met sensoren uitgeruste afvalballen in het Living Lab.

“Dat sluit naadloos bij onze informatiebehoefte aan”, reageert Rachel Kuijlenburg, docent Facility Management aan de Haagse Hogeschool. “Aan welke knopjes op het dashboard kun je draaien om gedrag te beïnvloeden zodat afval weer een waardevolle grondstof wordt. Daarnaast willen we met de data uit het Living Lab ook een bijdrage leveren aan de reductie van afval in ons eigen schoolgebouw. Uit al die data die we vergaren kunnen we opmaken welke grondstoffen van welke leveranciers van invloed zijn op de hoeveelheid afval. We leren er allemaal van. Studenten voor hun opleiding, de facilitaire afdeling van de Haagse Hogeschool zelf en alle betrokken partijen in het Living Lab. Het gaat meer en meer om co-makership. We moeten het samen doen en werken aan relaties voor de lange termijn. Met Unica hebben we een hele fijne partij aan boord. Ik vind het bijzonder hoe zij meedenken en de randen van de innovatie samen met ons verkennen. De samenwerking met het Unica Innovation Center is een schoolvoorbeeld van hoe bedrijfsleven, onderwijs en onderzoek samenwerken.” 

Dromen faciliteren
“We willen facilitair managers opleiden die niet gaan voor minimaal tegen zo min mogelijke kosten”, zegt Rachel Kuijlenburg. “Wij zijn er om dromen van studenten te faciliteren. Ze willen allemaal een fijn en duurzaam leven maar het is hartstikke ingewikkeld om daaraan invulling te geven. Met het Living Lab geven we samen met het Unica Innovation Center studenten de praktijkomgeving waarin ze leren hoe ze straks hun duurzame dromen kunnen realiseren met slimme en relevante data.”

“Met de verkregen data uit het Living Lab, van luchtvochtigheid, lichtintensiteit, tot bezoekersstromen, leren we studenten omgaan met data in het facilitaire proces”, legt Frans Joosstens uit.
“Met de verkregen data uit het Living Lab, van luchtvochtigheid, lichtintensiteit, tot bezoekersstromen, leren we studenten omgaan met data in het facilitaire proces”, legt Frans Joosstens uit.